power generation 1837641 1920

De klimaatcrisis vergt op korte termijn grootschalige investeringen. De financieringswijze van deze investeringen is daarbij een cruciaal vraagstuk, zowel vanuit ecologisch als sociaal oogpunt. Hoe krijgen we op zeer korte tijd de nodige middelen op de juiste plaats? En hoe zorgen we er voor dat deze investeringsgolf verloopt op een sociale en inclusieve manier? 

De coronacrisis zet deze vragen verder op scherp. De miljarden die overheden vandaag besteden, zijn bepalend voor de koers van de komende decennia. Dit biedt een kans om eindelijk een duurzame investeringsgolf in gang te zetten. Tegelijkertijd dreigt de fossiele economie opnieuw een vangnet te krijgen, zonder sterke sociale en ecologische voorwaarden. Hoe kunnen we inzetten op een sociaal en ecologisch duurzame toekomst? 

Vorig jaar keken Arbeid en Milieu en FairFin in een gezamenlijk rapport naar verschillende pistes voor de financiering van een eerlijke transitie.  In dit vervolgonderzoek gaan we dieper in op de rol van de ‘publieke investeringsmaatschappijen’, waar België net als veel andere landen over beschikt.  Deze investeringsmaatschappijen bieden mogelijkheden voor de financiering van een eerlijke transitie. Zij kunnen namelijk investeren met een sterke blik op de lange termijn, en ondersteuning bieden aan maatschappelijk nuttige projecten die voor privé-investeerders te weinig rendabel of te riskant zijn. Voorwaarde is dan wel dat zij hun werking bouwen op sociale, ecologische en democratische fundamenten.

Het rapport onderzoekt de ecologische rol van de Belgische publieke investeringsmaatschappijenen hoe zij hun bijdrage kunnen versterken. We onderzoeken meer bepaald Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV), de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM), de Federale Participatie en Investeringsmaatschappij (FPIM), de Société Régionale d’Investissement de Wallonie (SRIW) en de Gewestelijke Investeringsmaatschappij Brussel (finance.brussels). 

Om deze evaluatie te ondersteunen formuleren we, op basis van internationale best-practices en richtlijnen, een aantal ecologische, sociale en democratische toetsstenen voor (i) het mandaat en de strategie, (ii) de operaties op korte en lange termijn, en (iii) het goed en democratisch bestuur van deze maatschappijen. 

Ons rapport toont aan dat deze investeringsmaatschappijen inderdaad kansen bieden voor een gecoördineerde, sociale en democratische financiering van de klimaattransitie. Helaas schiet hun huidige werking op talloze vlakken tekort.

Een duidelijke (ecologische) missie ontbreekt. Tot op heden is er nergens sprake van een overtuigende focus op de klimaattransitie. De vergroening van hun portfolio’s blijft, voor zover we dat kunnen nagaan, beperkt. Ook het sociale palmares van deze instellingen is mager. Er is bovenal een gebrek aan missiegerichte visie: welke plaats hebben de investeringsmaatschappijen in de Belgische en regionale klimaatplannen, hoe kunnen zij doelgericht worden ingezet om economische, sociale en financiële drempels te overwinnen? 

Middelen zijn te schaars en te versnipperd. De financiering die de Belgische publieke investeringsmaatschappijen kunnen voorzien is niet onbelangrijk, toch steken hun honderden miljoenen af tegen de miljarden die nodig zijn. Dit maakt enerzijds het doelgericht en goed gecoördineerd inzetten van het beschikbare geld nog belangrijker. Anderzijds blijft zelfs hun opgetelde balans vandaag bescheiden. Om hun rol te versterken is schaalvergroting nodig.

Er is nood aan beter bestuur en meer transparantie. Er is een gebrek aan communicatie over de besluitvorming en de behaalde resultaten, en een gebrek aan inspraak vanuit parlement en middenveld.

Conclusie

Publieke investeringsmaatschappijen bieden talloze mogelijkheden voor het financieren van de transitie. In sommige landen spelen ze deze rol al met volle overtuiging. De Belgische publieke investeringsmaatschappijen schieten vandaag echter tekort. Hun werking moet grondig herzien worden, opdat zij hun sleutelrol in het financieren van een eerlijke klimaattransitie kunnen vervullen.

We juichen dan ook toe dat zowel de Vlaamse als de nieuwe federale overheid recent hebben aangekondigd dat ze de rol van hun investeringsmaatschappijen willen herzien. Ons rapport biedt, naast een kritische doorlichting van de huidige werking, veel goede voorbeelden en aanbevelingen waar zij uit kunnen putten. 

Download hier het volledige rapport