Ben je actief in een vzw, gemeente, school, universiteit of een andere organisatie met een maatschappelijke doelstelling? Jij kunt deze organisatie op weg helpen naar een duurzaam financieel beleid, zelfs al heb je geen uitgebreide financiële kennis.

Institutionele instellingen als gemeenten, universiteiten en vzw’s beschikken vaak over geld dat ze niet direct nodig hebben. Dit kunnen reserves zijn, of een pensioenfonds voor de werknemers. Dit geld slaapt niet bij de bank of het beleggingsfonds waar het wordt geplaatst, maar wordt geïnvesteerd in bedrijven en projecten. Dit kunnen hernieuwbare energieprojecten zijn, maar nog steeds al te vaak ook de fossiele brandstofsector. Sociale economie, maar spijtig genoeg ook bedrijven die de mensenrechten schenden. Fabrikanten van treinen, maar evengoed van wapens.

Het geld van vandaag maakt de wereld van morgen. Banken en andere investeerders dragen een gigantische verantwoordelijkheid bij het in stand houden van activiteiten die veel mensen eigenlijk niet meer willen. En wel met ons geld. Het is belangrijk dat beleggers dit beseffen en bewuste keuzes maken over de impact die ze willen bereiken voor hun geld zelf – een pensioenfonds moet werknemers na een bepaalde tijd een bepaald bedrag kunnen uitkeren – maar ook voor de maatschappij in het algemeen. Wil je als vakbond investeren in een bedrijf dat mensen uitbuit? Wil je als universiteit beleggen in bedrijven die de toekomst van je studenten op het spel zet?

In dit artikel geven we 5 stappen op weg naar een duurzaam investeringsbeleid voor jouw organisatie, waar jijzelf aan kunt bijdragen.


1. Op zoek naar informatie

De eerste belangrijke stap is het graven naar informatie. Kennis over de situatie is cruciaal maar helaas niet altijd even gemakkelijk te vergaren. Start met het identificeren van de verantwoordelijke voor financiën binnen jouw organisatie, deze zal wellicht meer weten. Vraag deze persoon hoeveel geld er opzij is gezet (voor pensioenen, investeringen of als buffer), bij welke bank(en) dit geld belegd wordt en op welke manier.

Meestal wordt het geld van een instelling toevertrouwd aan de Raad van Bestuur. Deze besteedt de dagelijkse opvolging doorgaans uit aan een financieel expert, een ‘fondsbeheerder’. Dit kan een bank zijn of een verzekeringsmaatschappij. Vraag naar de criteria die zijn opgenomen in het contract tussen de organisatie en de bank. Dit contract wordt ook wel ‘beheersmandaat’ of SIP (Statement of Investment Principles) genoemd. Hierin wordt meestal over financiële- en risicoaspecten gesproken, maar daar kunnen ook ethische en duurzame criteria in staan.

Hierbij een checklist met  vragen die je kan stellen aan de fondsbeheerder:

  • Een volledige en gedetailleerde lijst van investeringen. Als je namen van beleggingsfondsen krijgt, is het gemakkelijk om op te zoeken of er vervuilende bedrijven in zitten door te kijken naar de jaarverslagen van die fondsen. 
  • Is er al een duurzaamheidsstrategie? Is deze van toepassing op de volledige portefeuille of slechts op een deel daarvan?
  • Is er een ‘Maatschappelijk Jaarverslag’ of een ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemingsbeleid’?
  • Wordt de ecologische voetafdruk van het fonds berekend, met daarbij horende doelstellingen tot vermindering?
  • Worden bepaalde internationale normen onderschreven? Werden deze gescreend door een externe organisatie?
  • Is er binnen de organisatie een interne dienst of externe/onafhankelijke adviseur, Ethische Raad of Adviescomité?

Ga na welke informatie over het beheer van het geld publiekelijk beschikbaar is, bijvoorbeeld op een website, of in periodische communicatie naar de leden. Indien deze niet voorhanden is, kan je eisen dat deze ter beschikking worden gesteld en indien nodig, dat deze wordt ontwikkeld. Meer specifiek rond pensioenfondsen van de tweede pijler is er een verplichting om een transparantieverslag op te stellen. Als duurzaam wordt belegd, moet dit dan ook vermeld staan.

2.  Verontwaardiging meets ambitie: naar een duurzaamheidsstrategie

Dan volgt de allerbelangrijkste stap: verontwaardiging. Het kan toch niet waar zijn dat jouw organisatie medeplichtig is aan de klimaatopwarming, aan kinderarbeid of aan wapenhandel? Deze verontwaardiging is volledig legitiem en moet worden gekoesterd. Onze samenleving is gebaseerd op normen en waarden en die waarden moeten ook bepalen waar ons geld in wordt geïnvesteerd. Wij kunnen en moeten bepalen naar welke economieën en naar welke toekomst, ons geld gaat.

Het doel is dan om tot een duurzaamheidstrategie voor financieel beleid te komen, die wordt opgenomen en geoperationaliseerd in het beheersmandaat van de fondsbeheerder. Om tot zo’n strategie te komen, vertrek je best vanuit de waarden die de organisatie zegt zelf uit te dragen. Als jouw organisatie solidariteit met het Zuiden belangrijk vindt, is het logisch dat bedrijven met een negatieve impact in dat deel van de wereld, niet worden gefinancierd. Als jouw organisatie gaat voor gezondheid, ligt investeren in water en schone lucht voor de hand.

Als je organisatie lid is van The Shift (www.theshift.be), een duurzaamheidnetwerk van Belgische ondernemingen en ngo’s, heb je een bijkomende troef in handen. De leden van The Shift verbinden zich namelijk op de toepassing van de sommige Sustainable Development Goals (SDG’s) van de VN. Je kan in dit kader de betrokken organisaties wijzen op de link tussen de SDG’s en de investeringskeuzes die ze maken.

Er zijn verschillende elementen die deel kunnen uitmaken van een duurzaamheidsstrategie.

  • Om te beginnen kun je bepaalde schadelijke activiteiten of sectoren uitsluiten.
  • Je kunt ook kiezen om via investeringen juist in te zetten op bepaalde sectoren. Je neemt dan positieve criteria op in het beleid.
  • Als (groter) fonds, kun je ook direct invloed uitoefenen op bedrijven waar je in investeert, door met hen in dialoog te gaan en bepaalde ethische voorwaarden voor te leggen, bijvoorbeeld op hun aandeelhoudersvergadering. Dit heet engagement.
  • Tenslotte kun je er als organisatie voor kiezen rechtstreeks, zonder tussenkomst van een financiële instellingen te investeren in projecten met een maatschappelijke meerwaarde.

 

3. Drop wat financiële argumenten

Er zijn ook financiële argumenten om duurzaam te investeren. Misschien niet diegene die jou het meest aanspreken, maar ze kunnen helpen in de communicatie met je Raad van Bestuur en/of fondsbeheerder.

Ten eerste: verschillende studies wijzen uit dat duurzaam beleggen evenveel opbrengt als regulier beleggen.

Daarnaast vallen de verantwoordelijkheden van de Raad van Bestuur te kaderen binnen het fiduciair beheer’. Het bestuur heeft de verantwoordelijkheid om het kapitaal te beheren als een goede huisvader. Dat houdt in dat een zeker financieel rendement wordt behaald maar ook dat bepaalde risico’s onder controle worden gehouden. En onethische sectoren brengen ook een financieel risico met zich mee. Op vlak van schendingen van mensenrechten, corruptie, etc. is er het risico op een financiële kater door imagoschade. Schandalen zijn slecht voor het vertrouwen in een bedrijf. Het maatschappelijk draagvlak voor investeringen in fossiele energie is met de bewustwording van klimaatverandering, ook heel snel aan het krimpen.

Bovendien is er voor ‘fossiele’ bedrijven het vooruitzicht van de ‘koolstofzeepbel’: de beurswaarde van die bedrijven is momenteel gebaseerd op de veronderstelling dat deze bedrijven steenkool, olie en gas kunnen blijven oppompen. Als we ons willen houden aan de klimaatdoelstellingen van Parijs en onder de 1,5 graden opwarming willen blijven, moet 86% van de fossiele brandstofreserves echter onder de grond blijven. Die hoog ingeschatte waarde van Shell, Exxon Mobil en andere multinationals blijkt dan op een gegeven moment niet meer dan lucht. De investeringen zullen veel minder waard zijn dan verwacht. Diverse centrale banken houden rekening met dit risico.

 

4. Concretiseren: een actieplan

Om de investeringspraktijk van je organisatie vervolgens in lijn te brengen met de gekozen strategie, kun je verschillende stappen voorstellen.

  • Je kunt met je organisatie op zoek naar nieuwe beleggingsfondsen die wél aan jullie criteria voldoen.
  • Je kunt proberen om fondsen waarin wordt geïnvesteerd te verduurzamen, door de aanbieder te overtuigen er bepaalde bedrijven die niet aan jullie criteria voldoen er uit te halen en/of via engagement invloed uit te oefenen op het beleid van die bedrijven.
  • Je kunt de relatie met je bank herzien. Een bank heeft zelf ook een maatschappelijke voetafdruk. Hoe groot die is, kun je checken op www.bankwijzer.be. Je kunt als organisatie overstappen naar een meer duurzame bank of een duurzame spaarrekening openen om de liquide gelden te plaatsen. Nu is een goed moment om dit te doen, want de Move Your Money campagne biedt ondersteuning, zie www.moveyourmoney.be  
  • 4. Je kunt een rechtstreekse investering voorstellen. Op de website www.fairfinlabel.be kun je inspiratie opdoen voor rechtstreekse investeringen in onder andere duurzame coöperaties.

Er zijn gelukkig genoeg voorbeelden van fondsen die succesvol verduurzamen. Hier kun je inspiratie vinden én je kunt ze gebruiken in de argumentatie naar je Raad van Bestuur.

  • ABP, het Nederlands pensioenfonds van de overheids- en onderwijssector heeft tegen 2020 als doelstelling de CO² -voetafdruk van haar hele aandelenportefeuille met 25% te verlagen. Ze wenst ook een verdubbeling van de beleggingen met een hoge duurzaamheidswaarde waaronder een toename van beleggingen in hernieuwbare energie naar 5 miljard euro en meer beleggingen in onderwijsvastgoed en communicatie-infrastructuur. De bedrijven waarin ze belegt moeten een mensenrechtenbeleid publiceren en zorgen voor veilige werkomstandigheden in de hele productieketen.
  • Het Noors Pensioenfonds, het grootste pensioenfonds ter wereld, heeft in 2015 beslist om alle aandelen van bedrijven die minstens 30% van hun omzet uit steenkoolactiviteiten halen te verkopen en heeft plannen om dit jaar nog verder te gaan. Daarnaast sluit ze een hele reeks andere controversiële sectoren ook uit.
  • In 2018 besliste UGent na aandringen van studenten om haar volledige beleggingsportefeuille te ontdoen van investeringen in steenkool, olie en gas. Bovendien investeert UGent 10% van die portefeuille rechtstreeks in lokale projecten, zoals innovatieve spin-offs en een windmolen. Lees ook “Klimaatvriendelijk beleggen? Hoe de Universiteit Gent dat doet”
  • Huisarts Anneleen De Bonte kon voor haarzelf niet langer verantwoorden dat haar pensioengeld werd geïnvesteerd in bedrijven die de wereld juist ongezonder maken. In 2015 startte ze een zoektocht naar een duurzaam pensioenfonds. Ze vond één aanbieder bereid om een bestaand fonds te verduurzamen door uitsluitingen op vlak van klimaat en gezondheid door te voeren én een kleiner deel te investeren met positieve criteria. Zie www.duurzaam-pensioen.be
  • Vluchtelingenwerk Vlaanderen sloot haar zicht-en spaarrekeningen af nadat bleek dat hun bank het dictatoriaal regime in Soedan had gesteund tijdens de genocide in Darfoer. De organisatie koos voor twee nieuwe banken met een strenger beleid op mensenrechten.

5. Laat je niet met een kluitje in het riet sturen

Als je met je bezorgdheden rond de duurzaamheid van investeringen aanklopt bij een fondsbeheerder, zal de reactie in veel gevallen negatief of op zijn minst terughoudend zijn. Houd er rekening mee dat dit nieuwe materie is waar deze mensen mogelijk slechts een beperkte kennis over hebben, zelfs financiële experts. De meeste beheerders zijn behoudsgezind en verre van pioniers. De ervaring leert dat er dikwijls standaard tegenargumenten worden gegeven. Gelukkig zijn die in de meeste gevallen gemakkelijk te weerleggen. Hier enkele veelgehoorde voorbeelden.

“We vertrouwen het beheer van het geld toe aan financiële experts die hierover een uitgebreide ervaring hebben en een licentie hebben ontvangen van het FSMA. Zij kunnen het beste oordelen hoe het geld belegd moet worden.”

  • We zijn akkoord dat het dagelijks beheer van het fonds wordt toevertrouwd aan ervaren fondsbeheerders, maar het is aan de Raad van Bestuur van het fonds om de strategische keuzes te maken en niet alleen de financiële maar ook de ethische spelregels te bepalen.

“We moeten handelen in het belang van al onze leden. Zij vragen nu eenmaal dat hun geld veilig wordt belegd en rendeert. We kunnen geen rekening houden met de voorkeur van individuele leden.”

  • Steeds meer beheerders geven inzage en inspraak over de manier waarop het fonds belegd wordt, door bijvoorbeeld een overzicht van de portefeuille te delen en door enquêtes te organiseren over strategische en ethische keuzes.

“We hebben een wettelijke verplichting om het kapitaal voor onze leden te maximaliseren. Duurzaam beleggen brengt nu eenmaal minder op.”

  • In 2015 werd een ambitieuze meta-analyse van 2000 studies gepubliceerd in het Journal of Sustainable Finance and Investment. De auteurs concluderen dat de opbrengst van beleggen volgens ESG criteria op lange termijn even hoog of hoger is dan wanneer hiermee géén rekening wordt gehouden. Bovendien blijkt de portefeuille stabieler.

“Het is voor goed risicobeheer belangrijk om zo een groot mogelijke spreiding te handhaven. Uitsluitingscriteria die ertoe leiden dat het aantal investeringsmogelijkheden vermindert, maken de investering potentieel risicovoller.”

  • Of met andere woorden “ons beleggingsuniversum moet voldoende gediversifieerd blijven, dus kunnen we niet anders dan klimaatverandering en moderne slavernij financieren”. Grote studies over de toepassing van ESG criteria (Environmental, Social and Corporate Governance) tonen het tegendeel (zie hoger).

Keep in mind: ongeacht de expertise die bankiers hebben in het maken van geld, het is ons geld. Wij mogen mee bepalen wat daarmee gebeurt. Als organisatie, als institutionele belegger, kun jij dat geld aan het werk zetten voor een duurzame en leefbare toekomst.
------------------------------


Dit artikel werd geschreven door FairFin en is een bewerking van de brochure Institutioneel Geld aan het Werk voor een Duurzame Toekomst van Transitienetwerk Middenveld (2017).